In 1868 wordt de Louisa Stichting opgericht. Dit in een periode waarin de sociale voorzieningen - die we nu zo vanzelfsprekend vinden - nog niet of nauwelijks aanwezig zijn.
Koloniën, slavernij en kinderarbeid
De slavernij in Suriname en de Antillen wordt in het jaar 1863 afgeschaft. In den Haag rijdt in 1864 de eerste paardentram. Koning Willem III onderhandelt met keizer Napoleon III over de verkoop van Luxemburg, dat later een neutrale status krijgt. Minister Thorbecke treedt af na een conflict met de minister van Koloniën over de invoering van het Wetboek van Strafrecht in Nederlands-Indië. In 1869 komt een Staatscommissie na zes jaar vergaderen tot het besluit dat kinderarbeid niet moet worden aangepakt. Het voornaamste argument: gezinnen kunnen het geld niet missen dat de kinderen verdienen. Men is bovendien bang dat de kinderen dan op straat gaan zwerven, werken en bedelen. De industrieel Regout, die berucht is vanwege de slechte arbeidsomstandigheden voor vrouwen en kinderen in zijn fabriek, maakt in 1870 bekend dat hij niet langer kinderen onder de 10 jaar zal aannemen. Het vooraf frankeren van poststukken met postzegels wordt verplicht. In 1871 wordt Aletta Jacobs als eerste vrouw op de HBS toegelaten, en wordt het ministerie van Eredienst opgeheven waarmee scheiding tussen kerk en staat een feit is.
(Wagenstraat, Den Haag - anno 1908)

